Ik werkte in de tuin. Kocht bloemen met mooie namen en plantte ze in de tuin. Trosroos. Meisjesogen. Prachtkaars. Ballonklokje. Hertshooi. Ondertussen legde ik een straatje opnieuw en roste ik de enorme wortel van een sering eruit. Ik vergat de hortensia. Prozaïsch. Die kwam op de plaats van een ander boompje dat te veel licht wegnam. De kruiden overleven weer een jaar.
Toen we klaar waren aten we chinees.


