Grunberg schrijft deze ochtend in zijn Volkskrantcolumn dat hij aan zijn bezoeken aan Afghanistan heeft overgehouden dat hij van Rammstein is gaan houden.
H. en ik chauffeurden eens voor de Wintertuin. Wij reden naar Amsterdam, haalden Grunberg daar op, reden naar Nijmegen, wachtten tot zijn lezing in Lux klaar was en reden weer terug naar Amsterdam om hem weer naar zijn hotel te brengen. Hij woonde toen nog in Amerika en logeerde in een chic hotel. Wij kregen er geld voor en hielden toch al van roadtrips.
De Wintertuin had voor ons een busje geregeld. We moesten niet alleen Grunberg, maar ook zijn gevolg van zes personen vervoeren. Het busje dat voor deze gelegenheid gehuurd was en dat wij bij een klein autoverhuurbedrijf ophaalden, was een verhuisbusje met een heel grote laadruimte en twee krappe bankjes voorin. Zo kwam het dat we de gracht opreden en ons schaamden voor het busje. Zo groot en zo weinig ruimte voor de mensen.
Een iemand moest tussen ons in, de rest op de achterbank. Hoe de verdeling was, dat weet ik niet meer precies. We verwelkomden het gevolg met een enkele handdruk en stelden ons voor. Grunberg gaf ons geen hand. Hoewel ik nog steeds denk dat dat geen uiting was van principieel en arrogant gedrag, voelde ik me enorm chauffeur en weinig intelligent. Ergens had ik op grote gesprekken gehoopt. De sfeer in de bus was in de buurt van Arnhem niet meer prettig.
Een klein beetje teleurgesteld door het ritje dat ineens een klusje werd en geen interessante ontmoeting, draaiden we Rammstein. Zo hard als de autoradio het toeliet. In elk geval hard genoeg om ook de achterbank te bereiken.


