Sinds afgelopen maandag ben ik ook voor het eerst in mijn leven forens. Ik reis tussen Nijmegen en Tilburg. Ik deel mijn bevindingen met een vriendin die reist tussen Nijmegen en Breda. Zij neemt een trein eerder. Op de terugweg delen we de trein. We whatsappen.
Maandag
Ik: ‘Huilen met de pet op. Qua zitplek in deze trein.’
Zij: ‘Hier hetzelfde… Lang leve de forens. Goed opgestaan?’
Ik: ‘Redelijk. Kon niet slapen gister. Trein bijna gemist vanwege tijdsinschatting. Nu zweet. Hoe ben jij?’
Zij: ‘[...] Heb je wel zin in vandaag? En was je weekend leuk?’
Ik: ‘Weekend leuk. Fijn aan zee. [...] Wel zin in vandaag (hoewel ik liever werk dan ingewerkt wordt). Nu vallen mijn ogen bijna dicht terwijl ik in een eersteklasstoel zit…’
…
Ik: Word! Niet wordt! Word!
Zij: ;-) en: EERSTEKLAS????
(‘s Avonds zouden we niet samen treinen omdat ik op mijn eerste dag een trein later naar huis nam.)
Dinsdag
Zij: ‘Gehaald?’
Ik: ‘Jazeker! Wel weer staan. En een ongestempeld kaartje. Ben nu al benieuwd naar morgen!’
Zij: ‘Haha. Routinekwestie, duurt een weekje en dan ben je helemaal ‘t forensje.’
Ik: ‘Haha! Forensje! Gewoon nog iets eerder gaan bedoel je?’
…
Ik: ‘Oss. Ik zit.’
(‘s Avonds hard gelachen in de trein.)
Woensdag
Ik: ‘Beetje laat naar bed. Beetje laat wakker. Alleen gedoucht. Daardoor ruim op tijd. Vertraging. (Ik ga dit elke dag doen. En dan bundelen. Het leven van een forensje.)
Zij: ‘Mooi. Zou ik wel uitgeven hoor. Zo herkenbaar. Ik ook laat wakker maar tijd ingehaald door korte douche. En kleren gisteren al klaargelegd, dat scheelt ook HEUL veel tijd.’
Ik: ‘Tip van de forens: leg je kleren de dag ervoor klaar. Ja, dat moet ook in het boek. Tips.’
Zij: ‘En mantra’s voor als je naast een vervelend iemand zit om je innerlijke rust te bewaren.’
Ik: ‘Ik zeg: iPhone doet wonderen.’
Zij: ‘En daar heb je je eerste sponsor!’
Zij: ‘De forensapp!’
Zij: ‘Ik gebruik veel uitroeptekens!’
Ik: ‘Een teken van zwakte. Zo las ik in mijn nieuwe schrijfregels.’
Ik: ‘Maar ik hou ervan!’
Donderdag
Ik: ‘Een vrijwel ideale ochtend voor deze nieuwbakken forens. Enige minpuntje is dat de laatste stoel voor mij werd bezet.’
Zij: ‘Alleen snelheid kan je redden. Hier ook alles vrijwel optimaal.’
Zij: ‘Nu durf ik nergens meer ! te schrijven.’
Ik: ‘Ik wás snel en ik stond achteraan op het perron. Maar dringen bij de deuren gaat me nog iets te ver. Te ver!!!’
Zij: ‘!!! Yeah!’


