‘Ik ga je zoenen’, zei J.. Ik had hem lang niet gezien. Bovendien is hij leuk – maar niet op die manier, want op die manier heb ik al iemand die veel leuker is – en had ik het warm.
‘Sorry, ik zweet een beetje’, zei ik.
‘Dat zeg je altijd als ik je ga zoenen.’
‘O’, zei ik en van een soort van schaamte kreeg ik het weer warmer en zweette ik nog een beetje meer. Enzovoort.
Niet gek dus dat ik het deze dagen nogal warm heb. Het meeste zweet heb ik geproduceerd bij het opbouwen en afbreken van de tent, respectievelijk afgelopen vrijdag en zondag. Gisteren tijdens het bbq’en zat ik ook een beetje te dicht bij het vuur. Zweet. Als ik een sollicitatiegesprek heb, of gewoon een leuk gesprek, of als ik een complimentje krijg, of als het koud is en ik moet de warmte in: ik zweet. Dat doe ik al mijn hele leven. Ik vind dat erg, maar er is zo bar weinig aan te doen. Ja, misschien moet ik dertig kilo afvallen. Misschien dat ik dan niet meer zweet.
Misschien is het zelfs zo erg dat het nog net geen trauma is. Ik ben me er al-tijd van bewust.
Maar.
Vandaag heb ik iemand ontmoet die ook zo erg zweette in haar gezicht. Een leuk iemand, die een leuke jurk aan had. En ik zweette, omdat ik er al was, minder. En zij doet heel belangrijke dingen en zij heeft dat ondanks haar zweet gewoon bereikt. Ik kon niet stoppen met haar lachend aankijken. Het enige wat ik alleen maar telkens wilde zeggen was: ‘Ik heb dat ook, ik heb dat ook!’ Haar zweetparels waren mooi, en niet alleen omdat ik ook zweette. Mooie parels waren het. Ik dacht als ik jouw parels heb en ik leer om er dan niets van te vinden en er vooral niet aan te zitten…
Maar dat wist zij natuurlijk niet. Zij zal wel denken: ik had het weer. Ik zweette weer. En ik had weer geen zakdoekjes bij me…


