Het is wat. Het begint en het Valkhof trekt. Best leuke bandjes, maar nog veel meer best leuke mensen. Een vluchtoord voor wie in Nijmegen woont en André Hazes niet trekt. Of Nick en Simon. Een verhuizing, je woont ineens samen, maar het Valkhof trekt en dus loop je vanaf zaterdag je rondjes in het mulle zand dat minder mul is dan voorgaande jaren. Nog geen regen, zondag een hele dag picknick in the park. Ook jij vindt het bier wel duur, maar je weet dat de bandjes ervan betaald worden. Dat als jij het bier niet drinkt, het hele feest volgend jaar niet meer doorgaat. Je schudt je hoofd als je de jongen van de concurrerende platenwinkel zijn blikjes bier open ziet trekken. De bus met boeken staat er weer. De open dichtbus. Ties is de boekenbusjongen en ik zie hem met zijn bus regelmatig terug. Ik hou van zijn project. Keefman van Jan Arends is de eerste aanschaf. Wellicht volgt er meer. Als je vanavond weer naar het Valkhof trekt. Ik beloofde hem verkoopbare poëzie. Je weet niet wat het is, maar het is er goed. Het is zomerfeest. Je moet werken, maar er hangt een zweem van vakantie over je werk. De eerste lopers fietste je vannacht al bijna omver en je weet dat het te laat is, maar je geniet van wat je deed en zelfs die ene avond op het slechte plein invallen omdat er toch op het laatste moment nog een gaatje in het rooster zat viel reuze mee en je waste zelfs een slipper voor iemand. Ergens blijft het bijzonder en waar je eerst geen zin had, denk je nu ook dat je je niet moest voorliegen. Het is altijd leuk en dat weet je best. Het is een zomerfeest dat tegenwoordig zelfs op televisie komt, al gaat het op televisie enkel om de wandelaars, terwijl jij op dinsdag al bijna op de helft bent.
Bijna? Wat zeg je? Eroverheen. Want vrijdag ga je op vakantie. En na een nacht in de bedstee begint het echte zomerfeest dat daarna in een tent wordt voortgezet op een plek die je nu nog niet kent.


