Terwijl ik hier in het kantoortje boven het caf? mijn best doe om twintig pagina’s ongeveer tachtig kilometer naar het noorden te faxen, ondertussen zoek naar een asbak en me herinner dat degene die hier vaak zit een paar dagen geleden zou stoppen met roken en dat dus wellicht ook gedaan heeft, zie ik ook nog kans om even naar buiten te kijken. Daar zie ik iets engs. Ik kijk op Australian, de keten die ooit met Australisch ijs begon, iets wat ik sowieso nooit heb begrepen, Australisch ijs, maar nu ook aan bonbons en koffie doet. Op de eerste verdieping – 20 zitplaatsen, meldt het raam – zie ik een ingekakt stelletje hun koffie drinken. Ik hoop dat nooit iemand mij voor zal stellen om even bij Australian op de steriele, witte, weinig romantische en oersaaie eerste verdieping een kopje koffie te drinken. Mensen die dat wel doen, vind ik eng.
Twintig pagina’s faxen, trouwens, gaat heel erg langzaam. En ik had me al verslapen. En ik moet toch echt over een kwartier weg. Van alle communicatiemiddelen die tegenwoordig nog gebruikt worden, vind ik de fax het alleronhandigst, gebruiksonvriendelijke apparaat. Woest word ik van faxen.



Eng vind het niet. Wel onbegrijpelijk. En soms denk ik ‘ach, misschien worden sommige mensen van zoiets kleins wel al gelukkig.’
Ik zou ook woest worden… maar niet van faxen! Relaxxxxx….. ;-)
wat dat je van kopieren van een rapport van 20 blaadjes, gesorteerd en geniet? ja, als alles goed is afgesteld gaat dat razendsnel. maar anders is dat een traumatiese ervaring. ??n omgevouwen hoekje brengt de machine al uit balans, waarna je allerlei deurtjes, bakjes en laatjes moet openen en dichtdoen. en wel in de juiste volgorde want andersAAAAAARRRRRGGHHHH
In de zomer, als onze kids door het water rennen, vinden we dat Australian-chocolade-ijs echter wel prima te verteren, dat dan weer wel…
Ik heb ooit een collega (‘vroeger’, toen ik buiten bier schenken ook ganse menu’s rondsjouwde)uit de keuken gesleurd, om haar te laten beloven me een nekschot te geven als ik zo zou worden als dat stel op tafel 7.
De man zat al sinds het voorgerecht naar zijn vork te kijken. Zijn vrouw zat haar tijd uit door respectievelijk naar de vloer alswel naar het plafond te staren.
Alstublieft.
Dankuwel.
(En neen, het was geen stel dat berustende stilte uitstraalde. Het was onversneden SLEUR.)
Jnnk, ik begrijp precies waar je het over hebt!
(Wat betreft de ijszaak dan, want van faxen heb ik geen kaas gegeten.)
(Of toch? Maar dat vertel ik dan wel als ik weer bier schenk.)