Wat ik nog even vergeten was te vertellen over de boekenmarkt in Deventer is dat ik zowaar Ilja Leonard Pfeiffer op een terrasje van een glaasje witbier zag genieten. Dat is meer grappig dan nieuwswaardig, maar laat ik nu net de recensie in Vrij Nederland gelezen hebben over Het grote baggerboek, de nieuwe roman van Pfeijffer. Ik kreeg niet mee dat het boek er al was, maar ik had verwacht dat het een nieuw deel is uit de aangekondigde Steppoli-tetralogie, waarvan in 2002 een eerste roman, Rupert, en dichtbundel, Dolores, verschenen.
Wat betreft het verhaal weet ik echter zo net nog niet of dat waar is, wat betreft de voorkant lijkt het me schier onmogelijk. Het kan natuurlijk ook dat Het grote baggerboek een tussendoortje is.
Anyway – dat zeg ik nooit, maar het past hier zo lekker -, ik ben wel benieuwd naar de bagger. Ondanks het feit dat, ik meen, Thomas Vanheste het in VN een net niet geslaagde grotesk vond. Ik vond Rupert zo’n fijn boek.
En ik heb nog boekenbonnen. Dat is mooi.
Overigens vind je hier een uiterst interessant artikel over Rupert en Pfeijffers vermeende plagiaat. Als je al ‘jarenlang’ een trouw bezoeker bent, dan heb je het al gezien, en wellicht gelezen.



Weet je wat ook leuk? Moet je ‘s tegen Ilja zeggen: “Je gaat vooruit hoor.” Weet ie niet wat wat ie moet zeggen. “Uh, o, uh, dank je?”
Het maakt geen deel uit van die reeks, hoor. Ik dacht: ik meld het even.
de keerzijde van bagger mag ik wel zeggen
Las er flarden van, in de bibliotheek, en het is volledig vanuit het perspectief van een baggeraar (zo heet zoiemand) en diens vocabulaire geschreven. Soms wellicht met grappige vondsten, maar misschien ook snel al wel vervelend. Openingszin: “Waar het nou allemaal in wezen om draait bij het baggerwezen, kan deze jongen haarfijn uit de doekjes winden.”