De veranderende beroepspraktijk van een schrijver

Voor de nieuwe nieuwsbrief van bkkc schreef ik een blog. (En ik roep maar weer eens dat ik dat vaker zou moeten doen!)

In letterland worden zowel kleine als grote onenigheidjes uitgevochten op papier: het voordeel van schrijvers is over het algemeen dat zij kunnen, eh, schrijven. Het kan er hard aan toe gaan. Een interessante actuele pennenstrijd is die tussen Peter Drehmanns en Özcan Akyol. In het kort: Drehmanns opinieert op de website van de Volkskrant dat uitgeverijen te gevoelig worden voor commerciële ‘DWDD-roem’ en dat er nog maar weinig schrijvers zijn voor wie schrijven een ‘raison d’être’ is. Ongemakkelijke boeken zouden bij uitgeverijen niet meer welkom zijn. Kwaliteit is amper nog een criterium in de literatuur, zo vat de Volkskrant samen. Özcan Akyol reageert: ‘Oubollige schrijvers zoals jij, Peter Drehmanns, menen achterover te kunnen leunen.’ Waarop Drehmanns weer reageert.

Het is een interessante discussie, die wellicht net zo veel zegt over de mediacratie waarover beide auteurs spreken, als over het probleem waarmee de moderne uitgever zich geconfronteerd ziet: boeken verkopen zichzelf niet meer. Ik denk dat er iets anders aan de hand is.

> Lees meer!

    Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

    Nóg een laatste dag

    Hop. In de metro met die koffer, die een stuk meer weegt dan een paar weken geleden. Trap op. Trap af. Stukje lopen. Nog een trap af. Knop om. In de spits met twee koffers is niet makkelijk.

    Op JFK Aiport staat een lange rij bij de incheckbalies van Air Berlin. Op een of andere manier mogen we niet online inchecken. Geen nood, dat was ook zo op de heenweg. We verbazen ons, als altijd, over de helft van de mensen in de rij. Als we daarmee klaar zijn, zijn we aan de beurt.

    Mijn koffer weegt 23 kilo. Dat is ongeveer 8 kilo meer dan op de heenweg. We kochten lp’s en boeken. Er mag 23 kilo mee. Ik noem dat: goed gedaan. Roy’s koffer weegt bijna net zoveel. Kan kloppen. We hebben de lp’s verdeeld.

    Bij het printen van de tickets gaat iets mis. Het meisje achter de balie vloekt tegen haar computer, het is al de hele dag hetzelfde enzovoort. Dan zie ik het: op mijn print staat dat we niet woensdag maar donderdag vliegen. Dat we niet donderdag, maar vrijdag thuiskomen. Niets zeggen, is onze eerste reactie, maar als Shane McDough en Susan Shaune komen we die paspoortcontrole echt niet door.

    Help. Ik wil naar huis.
    Wij willen naar huis.

    Onze koffers staan nog op de band. Het meisje dat ruzie heeft met haar computer haalt ze er gauw vanaf. Wij worden om de mogelijke opties te bekijken naar de hoofdbalie gedirigeerd. Naar huis kunnen kost een dag eerder ongeveer $3000.

    Anderhalf uur later zitten we weer in ons appartement in Manhattan. (Dat we dat tot de 28e hadden klopte dus toch.) We gaan eten en drinken. We vinden het al lang niet meer erg, we hebben een extra laatste dag in New York.

    De instagramfoto met als onderschrift ‘Nu echt doei’ heb ik verwijderd.

      Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

      Dia:Beacon

      Op het lijstje stond nog de treinreis naar Beacon, een dorpje in de Hudson Valley ten noorden van New York. Niet alleen de treinreis zou de moeite waard zijn, ook een bezoek aan het museum aldaar, Dia:Beacon.

      Dia:Beacon is een onderdeel van de Dia Art Foundation. Over deze organisatie vertelt de website:

      Established in 1974, Dia Art Foundation is internationally recognized as one of the world’s most influential contemporary art institutions. The name “Dia,” taken from the Greek word meaning “through,” was chosen to suggest the institution’s role in enabling visionary artistic projects that might not otherwise be realized because of their scale or ambition.

      Het museum in Beacon is gevestigd in een oude drukkerij. Maar dan wel een heel grote. Het museum leent zich bij uitstek voor die artistieke projecten die vanwege de grootte anders niet getoond zouden kunnen worden. Er is indrukwekkende en imposante kunst te zien gemaakt vanaf de jaren zestig. Veel amerikaanse kunst, maar toch ook hier veel Europeanen.

      We zijn nieuwsgierig.

      Op 125th street nemen we de Metro North. Een trein die wel metro heet, maar wel degelijk trein is. Zitten in een wagon die niet piept en fluit brengt ons onmiddellijk rust. We eten zure druiven en kijken naar buiten. Via de zuidkant van de Bronx rijden we naar het westen, via de Harlem River, die boven Manhattan door loopt en East River met de Hudson verbindt. Ht duurt niet lang voordat de Hudson opdoemt. Wat een rivier. Op enig moment zo breed, dat ie Tappan Zee heet. De combinatie rivier en onheilspellende luchten is een klassieke. Wij kijken onze ogen uit. Het spoor verlaat de oever van de Hudson zelden. Pas nu wordt zichtbaar hoe glooiend dit gebied eigenlijk is.

      Als we aankomen in Beacon is het droog. In tien minuten zijn we bij het museum. Als we de zaal betreden kijken we elkaar aan. We denken beiden aan De Pont. Aan het idee, want omdat in Amerika alles groter is, is ook deze tot museum omgebouwde fabriek vele malen groter.

      Indruk maakt Michael Heizer, landkunstenaar, met zijn werk North, East, South, West. Op het plaatje is de impact van dit werk onmogelijk te zien. Ook prachtig – ik wist dat al, maar veelheid en grootte doen wonderen – zijn de muurtekeningen van Sol Lewitt. In de musea in de stad ontbreekt hij nooit, maar hier wordt me pas echt duidelijk hoe bijzonder ik vind wat hij ooit deed. De 24 kleuren voor Blinky Palermo door Imi Knoebel (24 Farben, für Blinky) doen het ook goed bij mij.

      Ik ben weer eens onder de indruk. Van een treinrit en een museum. Het kan niet op. Als ik op de terugweg dan ook nog mag uitstappen op het station met de welluidende naam Spuyten-Duyvil is mijn dag helemaal goed.

        Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

        Bar

        Tussen elf en één lopen wij op de Brooklyn Flea Market. Het is heet. Heel. Erg. Heet. Onder de parasolletjes is het nog heter, echt snuffelen zit er niet in, en dat is maar goed ook: we zijn wat hebberig op deze aangename markt in deze aangename buurt op deze aangename, maar hete, dag.

        In een tropisch tempo zoeken we een barretje op. Nee, we hoeven nog niet te eten. Ik bestel een Ginger Ale.

        ‘Wat?’ De barman verstaat me prima, maar is verbaasd. Ik vraag hem of ik iets geks zeg. Nee, dat niet. Hij heeft een mening die hij nu nog voor zich houdt.

        R. bestelt een cola. De barman kijkt weer raar.

        ‘That’s both no alcohol.’

        Ja, dat weten wij ook. Ik probeer het nog, dat het nog wat vroeg is. Roy zegt dat we nog plannen hebben, maar dat we naar het museum gaan slikt hij in, als de barman ons nog steeds vreemd aan kijkt.
        ‘Don’t tell them,’ zegt de barman terwijl hij wijst op de mannen aan de bar die wél bier drinken.
        ‘Don’t tell them that we are not drinking.’ Dat is dan mijn grapje. Ik geloof niet dat het helpt. De mening van de barman volgt alsnog.

        ‘But this is a bar!’

        Ik knik ja. Ik heb mijn Ginger Ale al op. Hij spuit me eens bij uit de postmix. Ginger Ale refill. In een bar drink je alcohol. Punt. Ook om half een ‘s middags bij dertig, nee vijfendertig graden in de zon. Anders blijf je maar thuis.

        That’s clear. Thank you.

          Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

          Wholefoods Market

          Ik zie het echt: twintig chipjes in een chique plastic zakje met daaromheen een lintje. Handmade. Pas in de winkel in het zakje gedaan. Biologisch, dat heet hier nog steeds organic. Bijna drie dollar. De zakjes staan bovenop een van de vier buffetten met kant-en-klare maaltijden die je zelf kunt scheppen. Twintig soorten salades, tien Indiase curries, en tien soorten pasta. Daarna weer twintig soorten dressings en andere garnering in de vorm van noten, pitten, zaden, kaas en ik denk dat ik nog wel iets vergeten ben.

          Een gewone zak chips is bijna niet te vinden. De coquilles liggen met z’n vijfhonderden op een prachtige visafdeling. Het is verwarrend dat veel dingen op twee of drie plekken liggen. Eindelijk vinden we twintig soorten brood, maar van de bagels voor in het broodrooster, waar we elke ochtend mee ontbijten, vinden we alleen die, die we ook bij de veel te dure winkel onder ons appartement kunnen kopen.

          Over de artificiële opstapeling van de perfect uitziende verse groenten en het keurig gevormdde en gekleurde verse fruit heb ik me al eerder verbaasd. Daarin is Wholefoods blijkbaar niet uniek. Dat is gewoon iets Amerikaans. Ik vraag me wel af wat organic hier precies betekent.

          R. vertelt dat hij wel eens heeft gehoord dat bij de verkoop of verhuur van dure huizen en appartementen altijd erbij gezegd wordt hoe ver het is naar de dichtstbijzijnde Wholefoods Market.

          We kijken onze ogen uit, raken elkaar twee keer kwijt – die Wholefoods richting Westoever op de grens van Financial District en Tribeca is ook wel een heel grote – en roepen een keer of twintig dat het toch niet normaal is.

          Een koffiehoek, een plek om je eten op te eten – voor als je dat liever in de supermarkt doet dan thuis – toiletten, informatiebalies, bestelservices, 84 vriendelijke Wholefoodsmedewerkers met overal en altijd hygiënische handschoentjes, bordjes met daarop local als iets echt van dichtbij komt en in alles veel te veel keus. Organic, dat wel,

          Bij de kassa staan we in de rij. Elke rij heeft een kleurtje. We hoeven geen nummer te trekken, elke rij komt vanzelf aan de beurt. Er is een systeem waarom we ook al heel hard moeten lachen.

          Voor een bakje rijstsalade, een half bakje opschepsalade, een stukje kaas, een bakje hummus, een stokbrood, zes flesjes bier, guacemole, een flinke zak tortillachips en een tas van de Wholefoods Market – want dat vind ik dan toch leuk voor thuis – betalen we vijfenvijftig dollar.

          Maar wel allemaal biologisch. ‘I used to be a plastic bottle’ staat er op de tas.

            Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

            ‘Artists must be warriors’

            Vanaf afgelopen donderdag draait in Film Forum in New York City de komende twee weken de HBO-documentaire ‘The Artist is Present’. Het is een film over Marina Abramovic en in het bijzonder haar spraakmakende performance vorig jaar in het MoMa in New York, waarbij ze zes dagen per week tijdens de openingstijden van het museum gedurende de drie maanden durende tentoonstelling op een stoel zat en mensen tegenover haar konden plaatsnemen. Eén voor één, ieder zo lang als hij of zij wilde.

            Tijdens deze film heb ik drie keer gehuild. Dat kan kunst blijkbaar. Zelfs als erover verteld wordt. In een film. In een bioscoop in Manhattan. Tijdens een hittegolf in Amerika.

            Ik herinner me dat ik in de Volkskrant las over deze tentoonstelling. Ik herinner me dat een van de performances – voor deze tentoonstelling re-performd – me nogal intrigeerde: twee naakte mensen staan tegenover elkaar in een doorgang. Als bezoeker kun je er niet tussendoor zonder deze mensen aan te raken. Dit werk, Imponderabilia (1977/2010) raakt aan zo veel. Identiteit, lichaam, relaties, naaktheid, omgang, keuzes. Met dit werk als voorbeeld is een definitie van performancekunst gegeven: zonder naakte mensen is dit niet mogelijk.

            De film laat zien wat voor enorme inspanning en opgave ‘The Artist is Present’, het tijdens de expo actuele werk van Abramovic is. De maand maart draagt ze een rood gewaad. De maand april een donkerblauw en de maand juni een wit. De opstelling: twee stoelen en een tafel ertussen. Om nog meer directheid en kwetsbaarheid te creëren laat Ambramovic de tafel weghalen net na de helft van de expositie. Aan het begin van elke dag turft ze haar dagen, net zoals op een gevangenismuur. Bij pijn, nog in de eerste maand, vraagt curator Klaus Biesenbach of ze wil ophouden. Helderder was een antwoord zelden: geen sprake van.

            Voor deze en de eerder genoemde performance was ik graag naar New York gereisd. Ik deed het niet. Duizenden anderen deden het wel – nu, een deel reisde speciaal af, anderen bezochten het MoMa omdat ze in New York waren: tussen de bijzondere collectie 20e-eeuwse kunst troffen ze Ambramovic aan. Dat moet ook een bijzondere ervaring zijn geweest. Hoeveel mensen tegenover Abramovic hebben gezeten, weet ik niet. Wel weet ik dat een deel van die mensen moest huilen. Een heel groot deel van de bezoekers van het MoMa zat niet tegenover de kunstenaar, maar keek vanaf de zijlijn. Tegenstanders zagen de duivel en gooiden pamfletten vanaf het eerste balkon in het museum – o, ironie: de documentaire leert ons dat de moeder van Ambramovic haar op jonge leeftijd tijdens een verkleedgelegenheid als duivel naar school laat gaan -, Fox News vroeg zich af of dit nu kunst was, na het item waarin bekend werd dat de clip van Lady GaGa verboden werd.

            (Grappig: een kunstcriticus vertelt in de film dat mensen gemiddeld vijf seconden naar de Mona Lisa kijken bij een bezoek aan het Louvre. Wat een meesterwerk dan, hè, van die Abramomvic!)

            Ik wilde toen ik dat artikel in de krant las bij deze tentoonstelling zijn. Door deze documentaire heb ik absoluut het idee dat ik Ambramovic begrijp. Waar haar performances uit de jaren zeventig vooral de grenzen van het genre en de beeldende kunst verkennen, laat het werk ‘The Artist is Present’ zien dat performancekunst nog steeds die bijzondere ervaring kan oproepen, ook zonder te choqueren, en absoluut relevant kan zijn.

            Spraakmaken. Vragen oproepen. Goed gedaan, Marina.

            En als je het niet begrijpt, zorg dan alsjeblieft dat je die film gaat kijken.

            ps. Ik moest huilen toen de documentaire vertelde over de relatie tussen Marina en Ulay, een performancekunstenaar en twaalf jaar lang de partner van Marina, tot ze bij een laatste samenwerking op de Chinese Muur naar elkaar toeliepen en na de ontmoeting in het midden hun relatie verbraken. (De performance met de naakte mensen in de deuropening deed ze ook met hem.) Ik moest huilen toen Ulay tegenover Msrina aan tafel zat in het MoMa en ze hem haar handen gaf. En ik moest huilen toen er mensen moesten huilen die tegenover haar zaten. Het is kunst, maar ik ben ook een meisje.

              Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

              Wonen

              De keren dat ik zei dat ik hier wel wilde wonen, zijn niet meer op een hand te tellen. Zusje zei het goed: ‘Ik begrijp deze stad beter dan Amsterdam.’ Zo is het ook met Londen. Ik heb het ook met Berlijn, maar in mindere mate. Ik heb het niet met Parijs.

              Alles is boek, film, kunst. Alles is cultuur. Bezoeken vermoeit – hele dagen lopen, slenteren, kijken. Toch denk ik dat deze vakantie me net zo ontspant als drie weken kamperen. Er wonen moet geweldig zijn.

              (Bij de real estate agents die we toevallig passeerden hebben we de woningen die in de etalage waren opgeplakt eens goed bekeken. We vragen ons ook af wat je gemiddeld verdient als je in New York werkt. En dan niet bij een multinational, maar, zeg, met een gewoon baantje in een museum.)

              Dus ja, het is Nijmegen, of New York.

                Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

                Surprise

                Inkomende sms, Mrs. Vriendolino, 16 juni, 15.45

                Dear Mrs. Harings, please follow instructions when ordered. Keep track of any messages you will receive the coming hours.

                Inkomende sms, Mrs. BFF, 16 juni, 16.26

                Please make sure you are available, fully clothed, between noon and 1pm Sunday 17th of June. Exact location will follow.

                Uitgaande sms, aan Mrs. BFF, 16 juni, 16.28

                Dear Mrs. BFF. I am excited. I will be available – and not be at a service in any church in Harlem – and I will wait for instructions. I love you. Kisses.

                Uitgaande sms, aan Mrs. Vriendolino, 16 juni, 16.34

                Dear Mrs. Vriendolino. I will. I actually already have received one. I am excited. Kisses. Ps. I love you.

                Inkomende sms, Mrs. Vriendolino, 16 juni, 16.50

                Oh en nu moeten we wachten met het adres anders gaan ze googlen wat het is…

                Uitgaande sms, aan Mrs. Vriendolino, 16 juni, 16.52

                En dit is niet voor mij denk ik…

                Inkomende sms, Mrs. Vriendolino, 16 juni, 16.54

                Sorry Mrs. Harings! Please wait for your own instructions.

                Inkomende sms, Mrs. Vriendolino, 17 juni, 9.02

                Dear Mrs. Harings, please be present at the following location at 12.30 today: 973 2nd Avenue (between 51st and 52nd streets), New York, NY 10022. Please take subway if necessary.

                Uitgaande sms, aan Mrs. Vriendolino, 17 juni, 9.10

                I will (and I won’t google). Is it possible to go there with the four of us?

                Inkomende sms, Mrs. Vriendolino, 17 juni, 9.15

                Dear Mrs. Harings, it is possible to be present with as many persons as you think is necessary.

                Inkomende sms, Mrs. BFF, 17 juni, 9.39

                Please proceed to enter the address as stated in the previous message and tell the person behind the counter who you are, this person will give you a package. It might help if you mention the name of Mrs. BFF. Make sure you open this at a safe place.

                Uitgaande sms, aan Mrs. BFF, 17 juni, 10.02

                Okay, I will follow your directions properly. I am still very excited!

                Inkomende sms, Mrs. BFF, 17 juni, 10.22

                Dear Mrs. Harings, we are very happy to hear that thus far you find the project exciting.

                (En hier moet dan die foto van mij waarop ik in een van de twaalf wonderschone cupcakes van de Buttercup Bake Shop hap.)

                Uitgaande sms, aan Mrs. Vriendolino & Mrs. BFF, 17 juni, 12.30

                Oooooooooooooooooooohhhhhhhhhhhh!!!!!!!!

                Inkomende sms, Mrs. BFF, 17 juni, 12.34

                Dear Mrs. Harings, enjoy!

                  Geschreven door Reageren uitgeschakeld Gepost in schrijft

                  Toen we op Obama stonden te wachten

                  We kwamen uit de Apple Store. Mijn moeder zat buiten op een stoel te roken. (Het is leuk dat er buiten stoelen staan. Zomaar. Ze lijken van niemand.)
                  ‘Zij zegt dat Obama zo komt.’ Met ‘zij’ bedoelde ze de vrouw die naast haar zat. Ik zag haar hoopvol onze kant op kijken. ‘Hij gaat in een van die hotels hier dineren.’
                  Aan de enorme batterij aan politieagenten op het kruispunt van Fifth Avenue en 59th Street te zien, was er inderdaad iets aan de hand.

                  Mensen hadden op het nieuws gezien dat hij in New York was. Eerst naar het verjaardagsfeestje van Sarah Jessica Parker – of dan toch in elk geval een verjaardagsfeestje – en daarna eten. Ergens. Misschien wel in The Plaza.

                  ‘The Plaza wordt genoemd op de papieren van de agenten.’ Zusje keek over de schouder van een getatoeëerde agent. We probeerden de lijnen van de dranghekken te volgen. We geloofden er inmiddels heilig in dat Obama in NYC was en dat er een kans was om hem te zien.

                  Gek dat ik daar oprecht zenuwachtig van werd.

                  Ik werd ook zenuwachtig van de klok: om 7.30pm begon The New York Philharmonic. Orkesten wachten niet. En om de kaartjes nu in te leveren ging te ver. We besloten tot het allerlaatste moment te wachten. De politieagenten begonnen elkaar tegen te spreken. Bij The Plaza kwam de ene na de andere toerist naar binnen, dan wel naar buiten gelopen. Er werd driftig getelefoneerd. Voorbijgangers vroegen wie er kwam en waren verbaasd over het hooggeëerde bezoek. Het zou toch niet…

                  We dachten aan Tom Cruiseen gaven op.

                  Obama kwam om 9.55pm aan en heeft gedineerd in The Plaza. Eerst Tom Cruise en nu Obama. Morgen is er weer een dag.